Oefen elke dag met WOORD VAN DE DAG
-In de groep wordt begonnen met het getal van de dag; de kinderen komen binnen en beginnen direct met dit blad. Het oefenmoment kun je ook goed plannen direct na de pauze.
-De opdrachten maak je alleen, in tweetallen of in een groepje (dat hangt af van de opdracht).
-Oefentijd: 15 minuten. Het blad maak je af op een ander moment van de dag, of op de volgende dag. Met één blad ben je maximaal 4 momenten (4x 15 minuten) bezig.
-Probeer het eens uit!Wedstrijdje voor jezelf - wedstrijdje voor de groepVoor jezelf:
-Blad af? Zet dan een kruisje op je scoreblad op het nummer van de oefenkaartVoor de groep:
-Gebruik een 100-veld.
-Kinderen die het woord-van-de dag-blad helemaal af hebben verdienen een punt (je zet een kruisje).
-Want .. als het hele 100-veld vol is mag de hele groep 10 minuten ... (dat spreek je af met je meester/ juf.Wissel af
-Gebruik naast woord van de dag ook getal van de dag en geef elke dag een kort dictee: 5 woorden en 2 zinnen.